Wantrouw je wantrouwen

Ongeveer een jaar geleden ging een video viraal waarin een piepjonge actrice met de prachtige naam Anano werd ingezet om zogenaamde vooroordelen duidelijk te maken.

Men stak haar afwisselend in een chique kleren en een straatschoffie outfit, zette haar in haar eentje op een plein, liet haar restaurantgasten benaderen en filmde de publieke reacties op haar.

De scene die het meeste ophef veroorzaakte was waar het meisje in haar rol van straatkind aan een tafel probeerde te schuiven.  Het meisje werd weggestuurd en men zag hoe een vrouw aan die tafel haar handtas afschermde. Hoe kón men zo van het slechtste in dat kind uitgaan alleen maar omdat ze zo gekleed was?
Één van de reacties op die ophef was: “dit heeft niets te maken met vooroordelen, het is een kwestie van (levens)ervaring die maakt dat die vrouw haar handtas naar zich toe trekt. Als je een paar keer bent bestolen door zielige straatkinderen kijk je wel beter uit”

Ik vond die opmerking terecht. Waarschijnlijk hadden de meesten van ons zo gereageerd in dezelfde situatie. Een automatisch wantrouwen gebaseerd op slechte ervaringen. Daarbij: je gaat er logischerwijs niet vanuit dat je te maken hebt met een jonge actrice of een grachtengordelkind dat houdt van verkleedpartijen als het eruitziet als een straatkind.

Dat je je tas dan in de gaten houdt vind ik alleen maar logisch. Dat je zo’n kind gelijk wegstuurt echter niet. Wat kan er nou gebeuren als je een extra bord en stoel vraagt voor het grietje? Waar ben je dan bang voor? Dat andere chique gasten of de restauranteigenaar je daarop gaan aankijken? So what? Wat heb je dan te verliezen vraag ik me af.

Iedereen heeft last van angsten en de ergste is de angst voor verlies. Die angst is een ongelooflijk sterke trigger die vanuit het onderbewuste je bewuste gedachten beïnvloedt. Met als gevolg wantrouwen dat ongewild en automatisch de kop opsteekt. Dat is een probleem.

Ten eerste zijn slechte ervaringen niet eens altijd je eigen ervaringen. Je hebt iets ergens vaker gezien of gelezen. Omdat vervelende gebeurtenissen in de media meer aandacht krijgen dan dingen die goed gaan levert dat een vertekend beeld van de werkelijke gevaren in je leven op. Een vertekend beeld krijg je ook in het geval dat je zélf de pech hebt gehad herhaaldelijk iets naars of pijnlijks te ervaren. Die ervaringen laten diepere indrukken achter dan de zaken die goed gaan. We zitten nu eenmaal niet zo in elkaar dat we stilstaan bij alles wat goed gaat. Dat is meer “gewoon”, zoals het zou moeten zijn, vanzelfsprekend.

Een voorbeeld: als je keer op keer bent belazerd in je relaties zul je in een volgende relatie wel beter uitkijken. Je belooft jezelf dat dit je nooit meer zal gebeuren. Je gaat beter opletten waarbij elk contact met de andere (of zelfde) sekse een lading krijgt die hoogstwaarschijnlijk meer in jouw hoofd zit dan in dat van je nieuwe partner.   Je worstelt continu met de vraag waar gezonde oplettendheid ophoudt en ongezond wantrouwen begint.  Hoe banger je bent je nieuwe partner te verliezen, hoe erger het wordt.  Je riskeert een onuitstaanbaar, controlerend, jaloers mens te worden waar niemand graag mee omgaat. Met het resultaat dat je nieuwe relatie gedoemd is te mislukken.. Er rest je maar één ding om je nieuwe relatie een kans te geven: je angst om je partner te verliezen onder controle krijgen en vertrouwen uitstralen.

Ik geloof dat wantrouwen mensen sowieso ongelukkig maakt. We willen liever vertrouwen en vertrouwd worden. Wantrouwen maakt mensen onzeker, het maakt communicatie tussen mensen lastiger en zorgt voor misverstanden, het werkt destructief op ons beeld van elkaar en verhindert een ontspannen en open omgang met elkaar.

Ik geloof dat het belangrijk is dat mensen in beginsel vertrouwen proberen te hebben in elkaar.  Ik geloof dat we moeten proberen niet allereerst van het slechtste uit te gaan bij de ander maar van het beste.  Maar het lukt ons vaak niet. Dus moeten we oefenen.
Zeker in het “klein”,  bij relatief onbelangrijke dingen, kun je jezelf daarin risikoloos trainen. Een voorbeeldje:

Als jij hebt gekookt doet hij de vaat. Dat hebben jullie afgesproken.  Maar hij lijkt de afwas weer eens te zijn vergeten, die staat al een half uur te wachten.  Jij herinnert hem eraan.  “Jij zou toch de afwas doen?” Hij stopt ietwat geërgerd met waar hij mee bezig was en loopt naar het aanrecht. Jij bent geïrriteerd want je moet hem er vaak aan herinneren.
Maar….. was dit nodig? Waarom voelde je de behoefte hem eraan te herinneren?  Waar kwam je wantrouwen vandaan?  Waar was je bang voor? Dat je de afwas straks tóch zelf moet doen? Is die angst terecht? Of dénk je dat alleen maar omdat jij zélf altijd gelijk na het eten afwast (want dan is het maar weg en hoef je er niet meer aan te denken) en hij dat normaal ook doet (omdat hij weet dat jij dat fijn vindt) ?   Zou het daarbij niet  kunnen zijn dat hij nu even iets anders af wil maken, al uitbuikend,  zodat hij dáár niet meer aan hoeft te denken voordat hij aan de vaat begint? 
Heeft hij eigenlijk ooit de kans gekregen van jou de vaat op een later tijdstip te doen zonder dat jij er  hardop vanuit ging dat hij het was vergeten?  En hoe érg is het eigenlijk als hij het een keer écht vergeet en de vaat een nachtje blijft staan?  Als je dat allemaal kunt  bedenken en er niets anders is waar je eigenlijk bang voor bent wacht je waarschijnlijk gewoon af. Jij gaat lekker op je luie stoel zitten met je boek en laat het aan hem over. Dat voelt voor hem een stuk beter en voor jou ook. Véél gezelliger ook in de tussentijd.
Je kunt natuurlijk ook gewoon vragen of hij nog even lekker bezig is en de vaat straks doet maar óók dat straalt niet écht  vertrouwen uit. Hoe dan ook maak je kenbaar dat je zéker wilt weten dat hij de vaat ook écht nog gaat doen.

Vragen stellen is sowieso nooit eenvoudig. Velen schieten al tijdens een “gewoon” gesprek meteen in de verdediging en sommigen bijten zelfs gelijk van zich af. Ze zien in jouw vraag een verkapte manier van kritiek uiten of denken dat je ze niet gelooft.  Ze wantrouwen je uit angst dat je ze niet serieus neemt.  Je zult wel iets met je vraag bedoelen in plaats van werkelijk op zoek te zijn naar een antwoord.

Als je erop gaat letten zul je merken hoe diepgeworteld wantrouwen eigenlijk is.

De reden dat we wantrouwen zo makkelijk toelaten is volgens mij dat we vaak niet weten waar we precies bang voor zijn. Als je daar eenmaal achterkomt, de angst kunt benoemen,  onderzoeken en toetsen aan werkelijke risico’s die je loopt, verliest die angst aan kracht.  Zo ervaar ik het zélf.

Wantrouw regelmatig je wantrouwen en maak daarmee wat meer ruimte vrij voor vertrouwen.  Het lijkt me een mooi streven.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Het touwtje uit de brievenbus – een persoonlijke anekdote

touwtje-uit-de-brievenbus

Alweer een tijdje geleden hield Jan Terlouw bij De Wereld Draait Door een pleidooi voor vertrouwen in onze samenleving. Een toespraak die de geschiedenis inging als het “touwtje uit de brievenbus“.  Het raakte duidelijk een snaar.

Annabel Nanninga, die ik ondanks (en soms dankzij) haar controversiële bewoordingen (en soms wat botsinkjes  op social media) hoog heb zitten, wiens stukken ik dus trouw lees, ergerde er zich toen behoorlijk aan en schreef er een column  over.

Ik vond de column te hard en onterecht. Meestal zeg ik er bij haar niet veel van als ik ergens over val. Ik ben het in de grote lijnen vaak met haar eens.  In dit geval kon ik het echter niet laten. Ik  stuurde haar op Facebook een persoonlijk bericht.

Daarin zei ik dat ik Jan Terlouw  persoonlijk en van dichtbij ken (hij is de grootvader van mijn kinderen) en dat ik vond dat zij hem geen recht deed. Behalve dat ik hem bepaald niet wereldvreemd of gemakszuchtig zou willen noemen vond ik ook dat ze voorbij ging aan een belangrijk deel van het pleidooi:  de oproep aan politici om daadkrachtig en integer te zijn zodat de jeugd, de toekomst van dit land,  weer in de politiek kan vertrouwen.
Ik zei dat ik het eigenlijk een grappig idee zou vinden als zij hem zou interviewen. Maf idee, voegde ik toe, je hebt waarschijnlijk wel iets dat je liever doet (en hij ook).

Op dat bericht kreeg ik geen antwoord maar wat schetste nu mijn verbazing?
Ariejan Korteweg van de Volkskrant vroeg hen samen aan één tafel plaats te nemen voor een gezamenlijk interview.
Volkskrant,  22 juli jl: “Het lijkt wel of iedereen elkaar de tent uit vecht, vooral op sociale media. Maar wat gebeurt er als je tegenpolen en andersdenkenden bij elkaar zet? Dat onderzoeken we deze zomer. Vandaag: D66-coryfee Jan Terlouw en opiniemaker Annabel Nanninga.”

Hoe dat uitpakte  kunnen jullie lezen onder deze link. .

De conclusie zal ik jullie hier alvast niet onthouden:

“Er zijn opmerkelijke raakvlakken, stellen we tijdens de koffie vast. Terlouw: ‘We zijn redelijke mensen, dan krijg je dat.”

En zo is dat.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Monkey love

monkeylove

Het is maandagochtend, 3 juli 2017. Ik kom net bij de tandarts vandaan en zit nog op een gaasje te bijten om het gapende gat te laten stoppen met bloeden. Daar ga ik jullie verder niet mee vervelen. Het is maar een kies die weg moest en het zijn maar een paar druppels bloed. Geen liters bloed zoals elders in de wereld vergoten worden.

Even terug naar mijn kleinere wereld. Gisteravond waren mijn vriend Milan en ik bij de 25e editie van de Monkeyjam in Deventer. Deze jam wordt elke eerste zondag van de maand gehouden in het gezellige vogelpaviljoen op het Vogeleiland in Deventer tegenover het station. Gerund door Shermal Verwoolde, een man met hart voor mensen, samenzijn in de vorm van met elkaar eten en muziek maken.

Wij vinden dit verreweg de leukste jam die in de omgeving te vinden is. Er worden geen covers gespeeld, het is een échte jam waar veel jonge, getalenteerde muzikanten op afkomen en zeker niet alleen uit de directe omgeving.  De muzikale jeugd voelt zich hier blijkbaar thuis, en dat is niet gek.  De organisatoren zijn stuk voor stuk jonge, gedreven mensen met het hart op de goede plek.   Het is een bijzondere jam.  “One love”, dat is een beetje zo’n motto geworden van deze jam. Er is nooit ruzie, er valt nooit een onvertogen woord, iedereen heeft het leuk. Daar is niets gemaakt aan, het is écht. Overigens is het niet zo dat je als muzikant of toehoorder, die zelf niet meer zo jong is, hier niet blij van wordt of je er niet thuis voelt. De sfeer is fijn en straalt een groot “welkom” uit, voor jong en oud.

Als ik zeg dat er SAMEN muziek gemaakt wordt dan zullen de muzikanten onder jullie dit zéker begrijpen. Dat je samen op een podium staat wil namelijk nog niet zeggen dat je ook sámen muziek maakt. Dat is een kwestie van luisteren naar elkaar, respect voor elkaar, elkaar ruimte geven. Er ontstaat dan iets op zo’n podium dat mensen gewoon blij maakt. Of je nu zelf mee musiceert of gewoon luistert. Muziek als verbindende factor, muziek als kanaal voor….. tja, liefde, denk ik.

Gisteren was ik weer ontroerd. De 25e Monkeyjam stond voor de gelegenheid in het teken van wereldmuziek. Verbinding, wereldwijd. “One love” stond er op één van de spandoeken die men had opgehangen.
Na het prachtige voorprogramma door  Le-Jo Del Musico op zijn Halo (er is altijd een voorprogramma, een artiest of band die de jam afkopt), kreeg ene Samir Maglajlic het woord.
Samir, die uit Bosnië komt, heeft een boek geschreven getiteld “Nederland door de ogen van de vluchteling” waarmee hij geld inzamelt voor de kinderafdeling van het Deventer ziekenhuis.

Samir sprak onder andere over het belang van plekken in de wereld waar je terecht kunt als je zelf niet meer vrij in je eigen land kunt leven en zijn dankbaarheid voor het feit dat hij hier terecht kon, in Nederland. Hij sprak over het feit dat je mensen kunt beoordelen op hun daden maar nooit op hun afkomst. Hij sprak zich uit tégen populisme. De manier waarop hij dat deed, de vriendelijke, ingetogen woorden maakten dat ik een brok in mijn keel kreeg.

Hij gaf daarna het woord aan een man uit Syrië, zelf ook gevlucht, die een prachtig gedicht in het Nederlands voordroeg. Deze had zichzelf in een mooi pak gestoken voor de gelegenheid en het velletje papier in zijn handen trilde als een espenblad toen hij zijn gedicht voordroeg. Ik was onder de indruk van zijn korte optreden en ook ontroerd door zijn verlegenheid.

Later, toen de jam al in volle gang was, vertelde hij me buiten op het terras, nadat ik hem een compliment gaf voor zijn gedicht,  dat hij ook bij de Wereld Draait Door had voorgelezen en dat hij in september van dit jaar zijn gedichten, waarin hij zijn oorlogservaringen verwerkt, wil ondersteunen met Arabische instrumenten en op die manier op een podium wil zetten.  Een ontzettend bescheiden man, wiens naam ik daarom ook niet helemaal heb kunnen verstaan omdat hij telkens zo zacht sprak toen hij zich aan die of gene voorstelde. Niet erg, ik kom hem daar vast nog vaker tegen en dan gaan we elkaar beter leren kennen, met naam en toenaam.

Mijn vriend en ik hebben nog een hele tijd geluisterd naar de muziek. En genoten van het gevoel dat die muziek ons gaf. Mijn vriend had wel zijn gitaar meegenomen maar vond dat hij niet zo nodig moest spelen. Er gebeurde al genoeg en dat was mooi genoeg.

Ik geloof er heilig in dat muziek verbindt. Een universele taal die puur is. Ik geloof er ook heilig in dat vertrouwen uiteindelijk altijd beter is dan wantrouwen. En ik geloof in liefde voor je medemens en daarmee ook in liefde voor jezelf.  Als drijvende kracht om het beste uit jezelf en anderen naar boven te halen.

Liefde. Dat is wat ík voel, elke keer als ik de Monkeyjam bezoek. En dat maakt de Monkeyjam voor mij telkens weer een hele bijzondere ervaring.

Ik zie geen politieke agenda’s, ik zie geen opportunisme of valse voorwendselen, ik zie geen overmatige muzikantenego’s, ik zie alleen maar heel veel mooie mensen die van elkaar houden omdat ze dat de énige manier vinden om de wereld een mooie plek te maken. Zij geloven daarin en dragen dat uit via hun muziek, hun samenspel.

Monkeylove! Puur en écht. I love it!


Update: inmiddels weet ik de naam van de Syrische dichter. Hij heet Moaz Kartish.

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

TPO maakt krappe screenshots, relevante context moet u zelf opzoeken

FB moderator Wendy van Achmea werd bij TPO (<– klik) met wat screenshots eventjes als overactief en overgevoelig neergezet.  Was dat terecht? Oordeelt u zelf. (<— klik straks maar). Voor het gemak ziet u hieronder een overzichtje van onvolledige screenshots in het TPO artikel en die volledige die ik heb gemaakt. Van dezelfde comments uiteraard.

TPO Screenshot 1 : Hans zei wat maar dat is zo te zien toch niet schelden?

Screen-Shot-2017-06-28-at-10.03.58

Wat er gebeurde: niet Hans maar Arjan zei wat.  Hans zei heel wat anders. Tegen Arjan namelijk.

screenshotarjen_achmea

TPO Screenshot 2: Dennis zei wat maar vloekte zo te zien toch niet? (het was trouwens niet Wendy die er hier wat over zei en in haar eentje “overuren draaide” maar Jan deed blijkbaar mee)

Screen-Shot-2017-06-28-at-10.04.07

Wat er gebeurde: Dennis vloekte wel degelijk.
screenshotdennis_achmea

TPO Screenshot 3: Cor zei wat maar daar was zo te zien toch niks mis mee?

Screen-Shot-2017-06-28-at-10.04.14

Wat er gebeurde: Cor zei nog wat meer.

screenshotcor_achmea

Wendy heeft trouwens inmiddels gereageerd op de kritiek ter plekke. (<— klik).

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Een gesprek over het vrije woord.

freespeech
Zondag 7 mei 2017, koffietijd.

“Mmmm, lekker, daar was ik aan toe, dank je.”

“Je kijkt er een beetje bedenkelijk bij. Wat is er?”

“Ik weet het niet meer hoor. Ik geloof heilig in het vrije woord maar ik loop bij sommige mensen telkens weer vast. En gek genoeg is dat nu juist bij die mensen die het hardst roepen dat zij de verdedigers van het vrije woord zijn.”

“Wat bedoel je?”

“Wat ik bedoel is dat ik me nu juist bij die mensen het minst vrij voel om mijn woord te doen. Ik las vanochtend bijvoorbeeld de rede van Ebru Umar die ze gisteren hield toen ze de Pim Fortuyn prijs mocht ontvangen. Een emotioneel betoog over vrijheid en de noodzaak om daarvoor te blijven vechten. Waarbij ze dan ook dat hele verhaal over die oproep aan adverteerders om GeenStijl en Dumpert te boycotten noemt. Wat natuurlijk niet oké is. Zéker niet omdat er andere motieven achter lijken te zitten.”

“Ja?”

“Nou, kijk, ik sta achter het principe dat je zelf mag weten hoe je dingen zegt. Ook als het kwetsend is. Mensen wórden niet alleen maar gekwetst, ze láten zich net zo goed kwetsen. Zo lang het gebruik van woorden geen inbreuk maakt op de fundamentele rechten die iedereen hier heeft moet je kunnen zeggen wat je wilt. Dat pleit je trouwens niet vrij van consequenties. Daar geldt hetzelfde voor. Zo lang de consequenties geen inbreuk maken op de fundamentele rechten die iedereen hier heeft, mogen ze er zijn. Beetje simpel gesteld zo. het is complex. Er is niet voor niets een spanningsveld tussen vrijheid van meningsuiting en andere rechten.

“Waar wil je naartoe?”

Nou, is het niet zo dat vooral de reaguurders hierin behoorlijk het doel voorbijschieten inmiddels met hun gekwets? Dat doet de zaak van het vrije woord volgens mij geen goed. Even afgezien van het feit dat ze in het geval van die Loes van de Volkskrant ertoe opgeroepen werden, waar ik overigens helemaal niks mee heb. Maar dat terzijde.“

“Reaguurders? Bedoel je niet reageerders?”

“Die term reaguurder komt bij GeenStijl vandaan en betekent gewoon reageerder, het is een soort geuzennaam voor mensen die op hun site reageren. Van Dale verstaat daar dacht ik ongenuanceerde reageerders op weblogs onder. Dat hoeven dus niet alleen maar reageerders op de site van GeenStijl te zijn. Zo begrijp ik “reaguurder” eigenlijk ook als ik de term tegenkom, zo wordt íe inmiddels in de media meestal gebruikt. Enfin, je moet het maar eens opzoeken.

“Okee, reaguurders. Wat doen die dan verkeerd volgens jou?”

“Ik krijg het gevoel dat bij veel reaguurders vooral de aandacht uitgaat naar het zo veel mogelijk kwetsen als een soort van herkenbare stijl. Vergelijk het met een uniform of zo. Dan hoor je er duidelijk bij.”

“Waarbij?”

“Bij de verdedigers van het vrije woord. Men schijnt te denken: als je als reaguurder andere reageerders maar genoeg weet te kwetsen en tegen je in het harnas jaagt ben je zelf óók moedig aan het vechten voor het vrije woord. Terwijl je thuis of in de kroeg nooit op die manier zou praten.”

“Hahaha, dat zou wel raar zijn als dat zo is. Maar goed, stel dat het zo is, is dat dan erg?”

“Dat vraag ik me dus af. Ik durf zélf bijvoorbeeld niet openbaar te vragen of reaguurders niet de glazen ingooien van hun idolen met die “ik moet mogen schelden dus ga ik het ook doen” houding. Je kunt geen kritische vraag meer stellen, of dat nou naar aanleiding van een stukje is of niet, zonder het risico te lopen een hele meute reaguurders over je heen te krijgen. Allemaal zo kwetsend mogelijk. Als een soort steunbetuiging of zo.

Je komt er, als je eenmaal de shitstorm over je heen krijgt, gewoon niet meer doorheen. Je rol staat vast, je hebt een kritische vraag, dus je bent tegen de zaak of auteur in kwestie en dus moet je (mond)deaud. Terwijl dat gewoon niet wáár is, in ieder geval niet in mijn geval. En als je daar dan iets van zegt, van dat automatische wantrouwen, dan is je huid niet dik genoeg en doe je “huilie, huilie”. Alsof het héél erg is dat je even geen zin hebt in die scheldpartijen en gewoon een antwoord op je vraag wilt.

Mijn punt is, ik voel me daardoor blijkbaar niet vrij meer om een vraag te stellen die ik eigenlijk zou wíllen stellen. Ik voel me bij voorbaat monddood gemaakt.”

“Maar je bént toch niet monddood? Je bent toch gewoon vrij om te vragen wat je wilt?”

“Ja, dat is zo, en ja…..wat heb ik te verliezen? Niets op zich, het is maar verbaal geweld. Voor zover ik het zelf heb ervaren dan. Al kan verbaal geweld soms enge vormen aannemen, doodsbedreigingen en gestalk en zo. Maar goed, dat heb ik zélf nog niet meegemaakt.
Dus ja,  ik kan me ook gewoon niet laten intimideren natuurlijk. Het punt is dat ik misschien niet écht iets te verliezen heb maar er ook sowieso niets mee win. Het heeft namelijk geen ZIN. Ik kan nog zoveel vragen, het antwoord krijg ik toch niet. Waarom zou ik mezelf dan willen blootstellen aan allerlei hatelijke opmerkingen waar ik me alleen maar kapot aan erger zonder een kans op énig antwoord?”

“Is die ergernis dan zó groot?”

“Ja. Ik stel een vraag en krijg in plaats van een antwoord gelijk het verwijt dat ik überhaupt een vraag stel waarbij mijn duistere motieven voor die vraag ook gelijk aan mij duidelijk worden gemaakt. Waarbij afgeleiden van woorden als fatsoen, moraal, deugen, respect en nuance als moderne scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd worden. Waarom kun je mij niet gewoon met rust laten totdat iemand mij een antwoord kan of wil geven? Waarom dat achterlijke wantrouwen terwijl je me niet eens kent?

Terwijl ik verdorie de moeite heb genomen een artikel zorgvuldig te lezen en erover na te denken. Dat doe ik niet voor niets. Dat is toch ook wat de auteur van een stuk wil? En de mensen die achter het ideeëngoed van de auteur staan willen dat toch ook? Dat ik mij verdiep? ”

“Je zou zeggen van wél ja.”

“Als dat zo is, waarom word ik als duidelijke lezer dan doorgaans door reaguurders bij voorbaat niet serieus genomen en wordt er gelijk gepoogd mij verbaal “af te maken”? Omdat ik het niet alleen maar braaf wil laten bij applaus? Of hebben ze het dan zélf niet gelezen en snappen ze de vraag niet of zo?”

“Krijg je dan écht nooit antwoord op een vraag?”

“Zelden. Inhoudelijke respons, van de schrijver of iemand anders die het denkt te weten kun je zoals gezegd gewoon vergeten als de meute losgaat op je, en dat gebeurt meestal. De vraag verzuipt hopeloos in de commotie.”

“Maar laat ze dan toch. Je hoeft toch geen vraag te stellen?”

“Nee dat hoeft niet. Maar wat voor zin heeft het gebruik van het vrije woord als je alleen maar in een éénrichtingsverkeer je vrije woorden gaat ventileren? Het lucht misschien op, maar dat is dan ook alles.
Daarmee verspreid je je ideeëngoed niet écht maar hou je het in een bepaalde kring, Om ook tot mensen buiten die kring door te dringen, om anderen te overtuigen zul je toch af en toe een dialoog moeten voeren. En daar hoort het beantwoorden van vragen bij. En zélf vragen stellen natuurlijk.”

“Dat is allemaal toch eigenlijk hun probleem?”

“Nee, het is ook míjn probleem. Omdat er een groep schrijvers is die met enige regelmaat zaken aan de orde stelt waarvan ik vind dat ze gehoord en gelezen moeten worden. Dus ga ik sommige van hun artikelen delen met mensen uit mijn eigen sociale kring, zelfs als ik weet dat die mensen een negatief oordeel hebben over deze schrijvers. Die mensen nemen dan vervolgens ondanks hun eigen oordeel de moeite een artikel te lezen omdat ze mijn oordeel óók vertrouwen.
Als zij dan niet gewoon een vraag kunnen stellen zonder gelijk door een meute reaguurders in de mangel te worden genomen, dan voel ik mij daar persoonlijk verantwoordelijk voor. Ik heb ze immers gevraagd iets te lezen waar ze anders normaal geen aandacht aan hadden geschonken. Dan ga ik daarna ook niet meer aan mensen vragen artikelen uit die hoek te lezen.”

“Welke hoek? “

“Nou ja, overal waar dus meutes reaguurders op al dan niet controversiële stukjes zitten die het belangrijker vinden om te kwetsen dan inhoudelijk bezig te zijn. “

“Waarom zeg je dat dan niet tóch gewoon? Dat je denkt dat het averechts werkt?”

“Het is zinloos om het normaal over het verbale geweld van reaguurders te gaan hebben. “Weer zo’n gekwetste die over de toon valt”. “Censuur!” “NSB!!” “Hysterisch”. Moet ik doorgaan? Verzin het maar. De één na de ander gaat mee in dat saboterende kuddegedrag.”

“Okee, maar als die reaguurders het verzieken dan stuur je toch gewoon een privébericht naar de schrijver of een mailtje of zo, als je een vraag hebt?”

“Soms doe ik dat ook, als er een contactadres is. Dat is er niet altijd en de meesten zitten daar niet op te wachten, op privégesprekken. Kan ik me ook voorstellen, misbruik van zo’n contact adres door minder aardige lieden bijvoorbeeld. Men heeft sowieso ook niet de tijd om honderden privé vragen te beantwoorden. Openbaar is dat makkelijker, veel vragen gaan over hetzelfde, en dan hoef je in principe een antwoord dus maar één keer te geven. Maar ja, dat werkt dus heel vaak niet……”

“Je wordt dan toch gedwongen onduidelijkheden zélf in te vullen? Dan maken ze zichzelf toch in zekere zin monddood? En hun idolen ook? ”

“Ja, eigenlijk wél. En sowieso vind ik wel wat zitten in “quid pro quo”. Als je míj als lezer of reageerder al bij voorbaat niet serieus wilt nemen op het moment dat ik een kritische vraag stel, dan moet je me maar eens uitleggen waarom ik jóu dan bij voorbaat wél serieus zou moeten nemen op het moment dat jij iets kritisch schrijft of mij kritisch bejegent?

Wat hebben jouw vrije woorden in al hun kleurrijke verschijningsvormen nog voor zin als ze niet meer serieus genomen worden?

Kijk, die vraag zou ik nou bijvoorbeeld ook wel eens willen stellen. Maar goed, je snapt waarschijnlijk wel waarom ik dat niet doe.”

“Hahaha, ja dat begrijp ik. Ik denk dat jij misschien bij een online minderheid hoort die vragen stelt met de bedoeling een antwoord te krijgen. Misschien is dát wel het probleem. Of beter: óók het probleem. ”

“Denk je? Ja, misschien wel. Maar als je dát er elke keer bij moet uitleggen….. pfff.
Goed, genoeg hierover, lief dat je wilde weten waarom ik zo moeilijk keek. Zullen we nu nog een bakkie nemen?”

“Goed idee. Die Faitrade koffie nu maar doen? Maar zet dat maar niet online. Laten we gewoon maar lekker met z’n tweetjes in alle vrijheid van onze deugkoffie genieten. Muziekje erbij?”

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Fidan Ekiz: als je al een oproep doet, doe het dan goed!

Nederturken

AD columniste Fidan Ekiz is boos. Op de Erdogan aanhangers die afgelopen week-end bij het Turkse consulaat in Rotterdam stonden te schreeuwen. Ze is daarin niet alleen, ze weet dat er een zwijgende meerderheid van Nederlandse Turken is de er net zo over denkt. Ze laat haar stem horen en roept andere Nederlandse Turken op hetzelfde te doen.

Het is helaas niet zo simpel. Fidan schrijft o.a.: “Mijn emoties zijn ook persoonlijk: ik voel me belazerd. Als journalist, eerst als correspondent in Turkije, nu vanuit Nederland probeer ik mij in te zetten tegen de polarisering in Nederland, probeer ik, en velen met mij, telkens weer nuance aan te brengen in de negatieve beeldvorming over migranten, Turkse Nederlanders en over Turkije. In een klap wordt die poging onderuitgehaald.

Hoe goedbedoeld ook, de focus op de polarisering is nu juist iets wat ons volgens mij geen steek verder helpt. Ook de Nederlandse Turken niet.

IK hoef niet ervan overtuigd te worden dat de relschoppers bij het Rotterdamse consulaat NIET de norm zijn. Niet de norm voor Nederlandse Turken, niet de norm voor andere Turken, niet de norm voor migranten in het algemeen, niet de norm voor een prachtig land als Turkije (waar helaas een dictator voet aan de grond krijgt). Velen, waaronder ik, weten dat heus wel. Ook weten wij best wel dat de zwijgende meerderheid niet laf is, niet stiekem een beetje radicaal is (voor zover zoiets als een “beetje” radicaal bestaat) , of ongeïnteresseerd is in wat er in Nederland of Turkije gebeurt. Degenen die zich rustig houden zijn vooral bang. Omdat ze onder druk staan binnen de Nederlands Turkse gemeenschap, omdat ze hun familie misschien niet mogen opzoeken op het moment dat zich openlijk tegen Erdogan uitspreken of omdat ze bang zijn dat hun familie in Turkije problemen krijgt.

Dat spagaat waar de Nederlandse Turken zich in bevinden heeft weinig te maken met het feit dat zij telkens maar weer hun loyaliteit tegenover Nederland moeten uitspreken. Wie vraagt dat dan van hen? Wie twijfelt daaraan? Juist, een groep schreeuwers. Die schreeuwers zijn op hun beurt niet de norm voor de Nederlandse bevolking.

Nee, dat spagaat heeft vooral te maken met de lange arm van Erdogan die je eigenlijk af zou moeten binden.

Door alsmaar de aandacht te vestigen op die polarisering en het voorkomen daarvan het centrale aandachtspunt te maken, maak je de zwijgende meerderheid bij voorbaat monddood.

Vragen aan Nederlandse Turken om zich uit te spreken om te bewijzen dat een groep onnadenkende herrieschoppers niet de norm is voor alle Turken zal de situatie niet verbeteren. Net zoals het de situatie niet zal verbeteren als andere burgers gevraagd wordt te bewijzen dat xenofobisch en racistisch gedachtegoed hier ter lande niet de norm is en dat zij, na gebeurtenissen zoals afgelopen weekend in Rotterdam, écht niet gelijk alle Turken over één kam zullen scheren.

Op het moment dat je mensen vraagt om iets te bewijzen spreek je wantrouwen uit. Dat verbetert de verhoudingen nooit. Niet alle Nederlanders denken dat alle (Nederlandse) Turken op hun achterhoofd gevallen zijn en andersom. Zelfs niet als blijkt dat er een aantal uit de respectievelijke bevolkingsgroepen wél kortzichtig is.

Door alsmaar de aandacht te vestigen op de polarisering, door dat dwangmatige proberen te voorkomen ervan, maak je haar groter dan zij eigenlijk is.
Je maakt de polarisering al in beginsel groter omdat je ervan uitgaat dat zij zich in alle lagen van de verschillende bevolkingsgroepen heeft genesteld. Wat volgens mij niet waar is. Degenen die gepolariseerd zijn, dat zijn de schreeuwers, de kortzichtigen en ook degenen met een tweede agenda. Alle anderen laten zich niet zomaar polariseren.
Je houdt de polarisering daarbij in stand door steeds maar weer bij de gematigde burgers de angst verkeerd begrepen te worden aan te blijven wakkeren. Door over en weer mensen te willen dwingen te bewijzen dat je geen radicale Turk bent of dat je geen xenofobe racist bent.

Je laat de polarisering wellicht groeien door steeds maar weer wantrouwen uit de spreken en dat wantrouwen legitiem te maken.

Ik geloof er geen zak van dat er een risico is dat heel Nederland nu na dit weekend gaat denken dat alle Nederlandse Turken radicale Erdogan aanhangers zijn. Net zomin dat ik denk dat alle Nederlandse Turken nu gaan denken dat door die actie bij het Turkse consulaat alle Nederlanders wel een verkeerd beeld van Turken zullen hebben. Waarom lijkt Fidan Ekiz dat dan wél te denken?

Als je de Nederlandse Turken, de zwijgende meerderheid ervan, vraagt zich uit spreken dan moet je dat niet zo doen als Fidan Ekiz het deed. Dan moet je sowieso ook niet dingen schrijven als:

Nederland heeft jarenlang de deur opengelaten voor ultra-nationalistische, religieuze en reactionaire clubs als Milli Görüs en de Grijze Wolven. Alle middelen werden beschikbaar gesteld, zodat deze Turkse organisaties tot diep in de Turkse gemeenschap in Nederland konden doordringen. Het resultaat stond dit weekend in Rotterdam – zwaaiend met Turkse vlaggen, teksten scanderend – kapot te maken wat mijn ouders en generaties na hen hebben opgebouwd in Nederland..

Let wel, ik onderschat bepaalde risico’s, elementen, mechanismen absoluut niet. Tegelijkertijd neem ik ze ook niet zomaar aan. Waar het mij om gaat hier is iets anders.

Door te zeggen dat bepaalde organisaties diep in de Turkse gemeenschap hebben kunnen doordringen en dan vervolgens te stellen dat de groep relschoppers voor het consulaat niet de norm is geef je dubbelzinnige signalen af. Wat bedoel je met diep? Ver (en dus veel mensen) of diep verborgen (een kleine, doorgaans onzichtbare groep)? Dat creëert onzekerheid bij de lezer. En onzekerheid veroorzaakt angst. Wees duidelijk.

Door te zeggen dat zo’n rel in één klap kapot maakt wat je ouders en generaties daarna in dit land hebben opgebouwd straal je niet bepaald vertrouwen uit naar je medelanders. Zoals al eerder gezegd, het klinkt alsof iedereen dan ook gelijk denkt dat iedere Turk hier een radicale Erdogan aanhanger is die geen enkele loyaliteit voelt ten opzichte van Nederland. Dat vind ik onzin.

Aan de (Nederlandse) Turken vragen zich uit te spreken tegen wat er nu in Turkije gebeurt, daar is uiteraard op zich niets mis mee. Hoe meer stemmen hoe beter.

Maar vraag hen dat omwille het behoud, of liever, het herstellen van een werkelijke democratie in Turkije en niet om te bewijzen dat zij wél de norm zijn, dat zij “goede” Turken zijn. Dat laatste is wat mij betreft volkomen onnodig en het doet meer kwaad dan goed.

De energie van Fidan Ekiz, die nu gericht is op het voorkomen van polarisering, daarmee ongewild de polarisering juist in de hand werkend, kan beter besteed worden aan de vraag hoe je ervoor kunt zorgen dat de zwijgende meerderheid van de Nederlandse Turken zich relatief veilig uit kan spreken.

Wat zij nodig hebben is niet heldenmoed (dat is veel gevraagd, bijna niemand zet zomaar alles wat voor hem/haar belangrijk is op het spel) maar een bepaalde garantie van steun. Steun van de leden van de maatschappij waarin zij leven, autochtoon of allochtoon, op het moment dat zij zich uitspreken en te maken krijgen met ingrijpende consequenties.

Die steun maak je niet mogelijk door het “wij/zij denken” in stand te houden.

Als je al een oproep schrijft, zorg er dan voor dat degenen die je oproept niet het gevoel hebben dat ze zich moeten verdedigen. Zorg ervoor dat ze vól (zelf)vertrouwen hun stem laten horen. Omdat het juist is. Omdat hun stem belangrijk is. Met de wetenschap dat wij dat allemaal begrijpen en hen zullen steunen op het moment dat het voor hen moeilijk wordt.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Aan Lodewijk Asscher

privacy

Geachte heer Asscher,

Ik kwam een interessant UvA paper tegen, door u geschreven in 1999, waarin u grondwetten, grondrechten en democratische principes afzet tegen een veranderend informatie tijdperk. Een onderzoek naar hoe de burger beschermd kan worden tegen overheidsinmenging en inmenging van andere partijen zoals Internet providers en (toen nog niet) geprivatiseerde posterijen bijvoorbeeld.

U zegt daarin: “Een van de meest dringende vragen die gesteld kunnen worden, is hoe de vrijheid ongehinderd te communiceren beschermd zal worden in de informatiemaatschappij.”

Deze vrijheid acht u van belang met betrekking tot een goed functioneren van een democratie. U schetst in dat paper dat het vraagstuk nauw verwerven is met het belang van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim, eigenlijk de bescherming van alle communicatie die plaatsvindt binnen de persoonlijke levenssfeer.

Tevens zegt u: “Vrijheid is niet absoluut omdat belangen van anderen in gevaar kunnen worden gebracht bij de uitoefening daarvan. Dat betekent dat ook grondrechten zekere beperkingen kennen. De reikwijdte en rechtvaardiging van die beperkingen hangt samen met de rechtvaardiging van het grondrecht. ….. De meest algemene en erkende rechtvaardiging voor beperking is het voorkomen van schade…….”

Nu, op dit moment, wilt u – zelfs al ben ik (of wie dan ook) geen direct aangemerkt persoon die eventuele schade gaat berokkenen – dat mijn (privé) communicatie elk moment als bijvangst bij een algemenere zoektocht naar communicatie over een bepaald onderwerp omhoog kan en vooral MAG komen.  U wilt dat in de wet vastleggen. Althans, dat zegt de Telegraaf, en dat bericht heeft u gedeeld op Facebook. Ik neem dus aan dat wat de Telegraaf hierover zegt iets is dat u zélf ook heeft gezegd.

Dit strookt niet met mijn recht op privacy en ook niet met mijn recht op vrije communicatie. Op het moment dat mijn communicatie, privé of niet, namelijk consequenties kan gaan hebben is die niet vrij meer. Die vrijheidsbeperking  mag noodzakelijk lijken als het gaat om “schade” aan de samenleving, maar vraagt een enorm vertrouwen van de burger in degenen die uiteindelijk bepalen wat als schade wordt aangemerkt en wie die schade kan berokkenen.

Om nog maar niet te spreken van het feit dat overal waar gegevens worden verzameld, al is het maar tijdelijk, er altijd weer instanties zullen zijn die zich daar toegang toe weten te verschaffen.

Hoe garandeert u dan dat de bijgevangen informatie niet gebruikt kan worden door partijen met een ander belang dan bijvoorbeeld terrorismebestrijding? Er zijn, zo geeft u zelf toe, in het verleden al fouten gemaakt met betrekking tot journalisten en hun bronnen.

U noemt de linkse partijen naïef maar ik vraag me af of niet zélf misschien naïef bent door aan te nemen dat gegevens, die grootschalig worden opgeslagen en gerangschikt,  al is dat tijdelijk of niet, alleen maar beschikbaar blijven voor degenen die er van overheidswege gebruik van mogen maken met een vooraf bepaald doel, zoals bijvoorbeeld terrorismebestrijding. Denk aan hackers, denk aan vergeten “meekijkers”.

Het is daarbij volgens mij ook naïef om aan te nemen dat mensen die onder de radar willen blijven en dat tot nu toe konden, niet weer een manier zullen vinden om, zich aanpassend, onder de radar te blijven als het “net” van informatievergaring vanuit overheidswege zich nauwer sluit.

Als u opeens, bij wijze van spreken, weer postduiven ziet vliegen dan weet u waarom.

Ik vind het op zich prima als er gericht gekeken wordt naar mijn communicatie op het moment dat ik overduidelijk van plan ben om het leven van anderen te bedreigen. Daarmee vind ik dat ik al een groot vertrouwen heb in de betreffende instanties die mijn informatie (mogen) bekijken en beoordelen.

Om de mate van vertrouwen een context te geven poneer ik even dit gedachtenexperiment: Stel dat ik , vanuit de wens om te weten welke politicus te vertrouwen is en welke niet,  zou vragen om toegang tot alle communicatie van politici, privé of niet. Omdat ik vind dat die communicatie pas écht een goed beeld geeft van degenen die uiteindelijk mijn leven gaan bepalen als ze gekozen worden. Zou u die informatie persoonlijk, als het dan u betreft,  zomaar geven? Als ik daarbij een manier had verzonnen om ervoor te zorgen dat uw informatie niet voor iedereen toegankelijk is, maar voor een beperkt aantal mensen die volgens mijn eigen inzicht te vertrouwen zijn, mensen zoals ik. Zou u dan geen bezwaar hebben om uw communicatie makkelijk vindbaar en openbaar te maken aan mensen die ik persoonlijk te vertrouwen noem, inclusief mezelf?

Wat u openbaar zet op het net, dat beslist u zélf waar u dat tenminste kúnt beslissen. Het is namelijk al niet helemaal duidelijk meer wat privé blijft en wat niet. Maar, zelfs al zou u zeker weten dat alles wat u privé meldt ook verder zo goed als privé blijft, dan nóg zou u niet willen dat uw privé communicatie met collega politici, uw eigen familie, enz. zomaar ergens opgeslagen en bekeken wordt door een paar mensen die u niet persoonlijk kent. Denk ik. Want wat wordt daar dan mee gedaan en door wie? Hoe beveiligd is de informatie verder? En heeft dat misschien gevolgen die u zelf niet kunt overzien?

Zolang ik mij als “goede burger” gedraag en de bijdrage lever die van mij algemeen verwacht wordt door zowel overheid als de burgers zélf, vind ik dat niemand iets te zoeken heeft in mijn privécommunicatie. Omdat ik denk dat het neuzen daarin niet genoeg oplevert om daadwerkelijk een verschil te maken in het “pakken” van kwaadwillenden,  afgezet tegen de hoeveelheid persoonlijke informatie die ik vrij moet geven en waarvan ik niet zeker weet wie er toegang toe heeft en hoe die gebruikt gaat worden. Dat geldt voor mij en denk ik ook voor u.

Als u daar anders over denkt, dan verwacht ik van u toestemming tot volledig inzicht in al uw privécommunicatie en andere communicatie via de kabel, satelliet of welke manier dan ook. Met wie dan ook. U kunt ervan uitgaan dat ik die informatie niet ga misbruiken en niet aan anderen zal doorgeven. De gegevens dienen er slechts toe om mijzelf persoonlijk een beeld te kunnen vormen of ik u, als politicus, kan vertrouwen op uw woord.

Met vriendelijke groet. Vera Leimann

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen